Toegelicht: De Wet OKE
Het wetsvoorstel OKE (Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie) wijzigt meerdere wetten. Het doel van het OKE wetsvoorstel is om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteitseisen van de peuterspeelzalen te verbeteren. De eerste maatregel is een kwaliteitsimpuls voor peuterspeelzalen door de wet- en regelgeving over peuterspeelzalen te harmoniseren (dat wil zeggen: meer op één lijn te brengen) met de kinderdagverblijven. De tweede maatregel is dat peuterspeelzalen financieel toegankelijk blijven. Ten derde regelt het wetsvoorstel dat gemeenten, een breder en beter aanbod van voorschoolse educatie aanbieden, zowel in peuterspeelzalen als in kinderdagverblijven.
Waarom het OKE-wetsvoorstel?
De harmonisatie van de wet- en regelgeving van peuterspeelzalen met die van kindercentra zorgt voor een kwaliteitsimpuls voor de eersten. Hierdoor worden peuterspeelzalen in een betere positie gebracht om zich als laagdrempelige voorziening al dan niet met voorschoolse educatie te kunnen handhaven. Verder wil het kabinet bereiken dat jonge kinderen met een risico op een taalachterstand in het Nederlands, een aanbod krijgen om die taalachterstand te verminderen. Het doel is dat kinderen zonder taalachterstanden aan de basisschool kunnen beginnen.
Wanneer gaan de wetten in?
Op 19 januari 2010 heeft de Tweede Kamer het OKE-wetsvoorstel goedgekeurd. Na goedkeuring door de Eerste Kamer gaan de wetswijzigingen per 1 augustus 2010 in.
Het wetsvoorstel OKE wijzigt drie wetten:
- In de Wet Kinderopvang wordt een kwaliteitskader voor peuterspeelzalen opgenomen evenals het toezicht van de gemeente daarop met de bijbehorende handhaving mogelijkheden. Verder worden in deze wet kwaliteitseisen voor voorschoolse educatie opgenomen.
- In de Wet op het onderwijstoezicht wordt geregeld dat de Inspectie van het Onderwijs toezicht houdt op de kwaliteit van voorschoolse educatie.
- In de Wet op het Primair Onderwijs wordt de regierol van gemeenten ten aanzien van het onderwijsachterstandenbeleid verstevigd en wordt de verantwoordelijk voor het aanbod en de toegankelijkheid van voorschoolse educatie neergelegd.
Aanpassing definities peuterspeelzaalwerk en kinderopvang
Als eerste maatregel in de harmonisatie worden in de Wet Kinderopvang de definities van het peuterspeelzaalwerk en kinderopvang aangepast in de termen verzorgen, opvoeden en bijdragen aan ontwikkeling.
- Kinderopvang wordt: het bedrijfsmatig en anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint (artikel 1.1, lid b).
- Peuterspeelzaalwerk wordt: de verzorging, opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs (artikel 2.1, lid b).
De volledige wetstekst
http://www.minocw.nl/documenten/26702e%20NvW.pdf
Verslag van de kamerbehandeling 12 januari 2010
http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/verslagen/plenaire_vergadering_12_januari_2010.jsp#0
Verslag van de stemming in de 2e Kamer
http://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/verslagen/plenaire_vergadering_19_januari_2010.jsp#0
Kwaliteitseisen peuterspeelzalen
Het voorstel is om de globale kwaliteitseisen die de Wet Kinderopvang noemt voor de kinderdagverblijven grotendeels over te nemen voor de peuterspeelzalen. Hiermee ontstaat een landelijk kwaliteitskader. De kwaliteitseisen worden uitgewerkt in beleidsregels voor peuterspeelzalen. De beleidsregels komen tot stand op basis van een convenant van de belangenorganisaties voor peuterspeelzaalwerk, kinderopvang en ouders. De harmonisatie leidt ertoe dat de houders van een peuterspeelzaal de zorgplicht krijgen voor verantwoord peuterspeelzaalwerk. Hieronder wordt verstaan peuterspeelzaalwerk dat bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. Houders van peuterspeelzaalwerk zijn dus zelf verantwoordelijk voor de eigen kwaliteit van het aanbod, bij de gemeente is financiële ondersteuning beschikbaar, gemeenten zijn verantwoordelijk voor het peuterspeelzaalwerk.
Hierbij gelden de volgende globale kwaliteitseisen:
Verantwoorde opvang wordt getoetst aan de inzet van personeel zowel kwalitatief als kwantitatief (opleidingseisen en groepsgrootte), de verantwoordelijkheidstoedeling (leidster kindratio) en het pedagogisch beleid.
De brancheorganisaties werken de globale kwaliteitseisen uit in een convenant. De staatssecretaris heeft gevraagd in elk geval de volgende eisen op te nemen:
De leidster kindratio voor peuterspeelzalen is één leidster op maximaal acht kinderen. Op iedere peuterspeelzaalgroep moet tenminste één beroepskracht zijn met opleidingsniveau SPW3 (of equivalent conform CAO welzijn). Dat maakt een eind aan de situatie van groepen met twee vrijwilligers. De groepsgrootte is maximaal 16 kinderen per groep. Overige kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
Tip een vriend of kennis over dit nieuwsartikel
Bedrijfsprofiel
Relevant nieuws
- Toegelicht: De Wet OKE - Handleiding voor gastouders - Kinderopvangmarkt werkt niet optimaal - Principe-akkoord CAO Kinderopvang 2010-2011 - 'Kinderopvang moet ingrijpend veranderen'
Populair relevant nieuws
- Toegelicht: De Wet OKE - Handleiding voor gastouders - Kinderopvangmarkt werkt niet optimaal - Voorgestelde bezuinigingen kindregelingen - Principe-akkoord CAO Kinderopvang 2010-2011
